Quo vaditis populares?

Een (verlate) analyse van de verkiezingsuitslag en een pleidooi voor een nieuwe linkse boodschap.

Goede literatuur zegt soms meer in een paar regels (en doet dat beeldender) dan paginalange analyses ooit zouden kunnen. Zo ook de volgende passage uit George Orwells Coming Up for Air (p. 13 van de recente Penguineditie), waar de protagonist George Bowling, een vijfenveertigjarige verkoper van verzekeringen in bezit van vrouw, kinderen, kunstgebit en een huis op afbetaling, het volgende opmerkt:

Merely because of the illusion that we own our houses and have what’s called ‘a stake in the country’, we poor saps […] are turned into [the property developer’s] devoted slaves for ever. We’re all respectable householders – that’s to say Tories, yes-men and bumsuckers. Daren’t kill the goose that lays the gilded eggs! And the fact that actually we aren’t householders, that we’re all in the middle of paying for our houses and eaten up with the ghastly fear that something might happen before we made the last payment, merely increases the effect. We’re all bought, and what’s more we’re bought with our own money. Every one of those poor downtrodden bastards, sweating his guts out to pay twice the proper price for a brick dolls’ house that’s called Belle Vue because there’s no view and the bell doesn’t ring – every one of those poor suckers would die on the field of battle to save his country from Bolshevism.

In een paar woorden verklaart bovenstaande passage de overwinning van de VVD bij de recente Tweedekamerverkiezingen. Zoals Rutte en zijn vrienden van de Telegraaf, Elsevier en Quote maar al te goed beseffen is angst voor ‘de Roden’, hogere belastingen en herverdeling het beste recept om mensen zover te krijgen dat ze zich uitleveren aan een partij die liever opkomt voor werkgevers dan werknemers, en liever voor grote bedrijven dan het MKB.

Kortom: de VVD heeft uitermate succesvol gebruik gemaakt van het psychologische mechanisme dat bekend staat als loss aversion, het gegeven dat de angst om iets te verliezen psychologisch aanzienlijk zwaarder weegt dan het vooruitzicht iets te winnen. In samenwerking met de psychologisch diepgewortelde, maar niet altijd rationele voorkeur voor de status quo zorgt een mechanisme als loss aversion ervoor dat rechtse partijen een inherent voordeel hebben in de strijd om de kiezersgunst – althans in een welvarend land als Nederland.

Historisch gezien is rechts dan ook altijd groter geweest dan links. Zelfs het kabinet Den Uyl, ‘het meest linkse kabinet ooit’, was voor zijn parlementaire meerderheid afhankelijk van zowel de KVP als de ARP. Toen de PvdA bij de daaropvolgende verkiezingen maar liefst tien zetels won, bleek rechts niettemin over een meerderheid te beschikken. Het kabinet Den Uyl werd immers opgevolgd door Van Agt I, een samenwerking van CDA en VVD. Bij de laatste Tweedekamerverkiezingen verloor rechts (VVD+PVV+CDA+CU+SGP) weliswaar zes zetels, maar behield desondanks een krappe meerderheid van 77 zetels. Links (PvdA+SP+GL+PvdD) kwam ondanks een winst van twee zetels niet verder dan een totaal van 59 zetels.

Het vormen van een ‘groot links blok’, dan wel een gemeenschappelijk (links) program op hoofdlijnen zal aan deze fundamentele verhouding tussen links en rechts, vermoed ik, weinig veranderen.

In plaats daarvan is het wellicht nuttiger voortdurend te blijven wijzen op de zwaar ideologische, weinig pragmatische en soms zelfs semi-religieuze aspecten van het modern-rechtse gedachtengoed. Zo mag er om te beginnen wel eens een einde worden gemaakt aan de fictie dat de VVD een middenpartij is. Op sociaal-economisch gebied staat er immers (op wat halve garen na) geen enkele partij rechts van ze. Woordvoerders van linkse partijen zouden de Ferry Mingeles en de Frits Westers van deze wereld daar best eens op mogen wijzen. Met andere woorden: als de SP zich ergens ‘op de flanken’ bevindt, dan doet de VVD dat dus ook.

Bovendien is het op dit moment zo dat iedere inkomensgroep in Nederland rond de veertig procent van het inkomen (pdf) kwijt is aan het geheel van werknemerspremies, inkomstenbelasting en indirecte belastingen. Wanneer de VVD ervoor pleit dat de hogere inkomens verder moeten worden ontzien, betekent dit dus dat veelverdieners, procentueel gezien, een lagere bijdrage gaan leveren aan de overheidsuitgaven dan de lage en middeninkomens. Ooit was dat natuurlijk conservatief, maar inmiddels mag dit standpunt best revolutionair worden genoemd. Indien dit soort zaken voortaan regelmatig wordt benadrukt, zullen loss aversion en de status quo bias wellicht eens in het voordeel van links gaan werken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s