Don’t know much about algebra

Technisch klinkend cijfermateriaal verleent vaak extra geloofwaardigheid aan conclusies – zelfs als het om betekenisloze formules gaat.

Wiskunde is een prestigieuze tak van wetenschap. En dat straalt af op diegenen die hun argumenten kracht bijzetten met wiskundige formules en berekeningen. Sociaal wetenschapper Kimmo Eriksson publiceerde onlangs een paper (pdf) waaruit bleek dat zodra een betekenisloze wiskundige formule werd toegevoegd aan de samenvatting van een wetenschappelijke publicatie, proefpersonen de kwaliteit van het gepresenteerde onderzoek over het algemeen hoger inschatten. Dit effect was het sterkst onder proefpersonen die over de minste wiskundige kennis beschikten. Maar zelfs proefpersonen met een wiskundige of technische achtergrond – die toch heus beter zouden moeten weten – werden nauwelijks in negatieve zin beïnvloed in hun oordeel over de kwaliteit van het gepresenteerde onderzoek. In de woorden van Eriksson:

Quality judgments of research are known to be influenced by cues outside the research itself, such as the prestige of the author and the author’s institution […] The experiment presented here demonstrated a related but arguably more problematic effect: Participants judged the quality of research as higher when the content included unintelligible elements, which arguably ought to detract from the quality. Specifically, the experimental results suggest a bias for nonsense math in judgments of quality of research.

Eriksson verklaart deze conclusie als volgt:

It may be that […] mathematics […] [is] held in undeserved awe among nonexperts. It may also be that people always tend to become impressed by what they do not understand, irrespective of what field it represents – much in line with the “Guru effect” discussed by Sperber (2010).

In de praktijk maakt het natuurlijk weinig uit of wiskunde op zichzelf als gezaghebbend en betrouwbaar wordt gezien of dat dit zo is omdat maar weinigen er iets van begrijpen. Persoonlijk vermoed ik dat de vermeende exactheid van alles wat naar wiskunde riekt een belangrijke rol speelt: ‘Je kunt het precies uitrekenen, dus moet het wel waar zijn!’

Wat echter maar al te vaak wordt vergeten is dat een wiskundige formule kan kloppen zonder dat deze een observeerbare relatie met de realiteit heeft. Een berucht voorbeeld hiervan is het wiskundige model dat ten grondslag ligt aan de zogenaamde snaartheorie – een poging om een alomvattende verklaring van de werking van het universum te formuleren. Het probleem? Ondanks de innerlijke consistentie van het model, is er geen enkel experimenteel bewijs dat deze theorie ook maar iets van doen heeft met de werkelijkheid.

Wat geldt voor wiskundige modellen die de fysieke realiteit beschrijven, geldt ook voor modellen die een weergave bieden van de economische realiteit. Zo heb ik er al eerder op gewezen dat het CPB een model hanteert dat onder meer bepaalt dat wanneer de pensioenleeftijd wordt verhoogd de werkgelegenheid automatisch toeneemt. In theorie zal dit ongetwijfeld wel kloppen, maar in de praktijk? Waar komen die banen dan vandaan? Wie het weet mag het zeggen.

Toch worden de modellen en bijbehorende voorspellingen van het CPB (net als die van het IMF, de ECB, etc.) in het algemeen kritiekloos geaccepteerd. Dit wordt natuurlijk deels veroorzaakt door de reputatie van het instituut. Maar belangrijker nog: het gaat om cijfers! Om statistiek! Om wiskunde! En dan gaat maar al te vaak het verstand op nul.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s