Tell Me Lies, Tell Me Sweet Little Lies

Economen en bedrijfskundigen, zo blijkt uit recent onderzoek, zijn sneller geneigd tot liegen dan mensen met een andere opleidingsachtergrond.

Verschillende onderzoeken hebben inmiddels aangetoond dat veel mensen een voorkeur hebben voor het vertellen van de waarheid en het vermijden van leugens – zelfs in gevallen dat ze hier nadeel van ondervinden. Deze conclusie geldt echter niet voor iedereen: sommige mensen hebben weinig moeite om leugens te verkopen zodra er een voordeeltje valt te behalen.

Groen of blauw?
Onderzoekers Raúl López-Pérez and Eli Spiegelman van de Universidad Autonoma van Madrid hebben door middel van een experiment (pdf) trachten te achterhalen of er een relatie bestaat tussen persoonlijke achtergrond en bereidheid tot liegen.

De opzet van het experiment was simpel. Deelnemers (studenten) werden in paren opgesplitst, waarbij de ene persoon de rol van zender (van informatie) kreeg toebedeeld en de ander de rol van ontvanger. De zender werd voor een computerscherm geplaatst dat een groene of een blauwe cirkel liet zien. De kleur van de cirkel werd vervolgens medegedeeld aan de apart zittende ontvanger. Zenders ontvingen vijftien euro wanneer ze aangaven dat ze een groene cirkel zagen en veertien euro wanneer ze doorgaven een blauwe cirkel te zien. Ontvangers ontvingen altijd tien euro, onafhankelijk van de werkelijke kleur van de cirkel en het waarheidsgehalte van de boodschap van de zender.

In de gevallen dat zenders een blauwe cirkel zagen konden ze dus twee dingen doen: de waarheid vertellen en een euro minder verdienen of liegen en een euro extra binnenhalen. Wat bleek? Hoewel zaken als geslacht en religiositeit statistisch gezien geen enkele invloed hadden op de neiging van de zender om te liegen, bleek er een duidelijke correlatie te bestaan tussen bereidheid tot liegen en studierichting. Economen en bedrijfskundigen waren aanzienlijk leugenachtiger dan andere groepen: slechts 22,8% sprak de waarheid wanneer ze een blauwe cirkel kregen te zien. Studenten in de geesteswetenschappen bleken daarentegen het eerlijkst: maar liefst 52,9% liet zich de extra euro door de neus boren.

Uit een nadere statistische analyse van de onderzoeksgegevens (deelnemers vulden een uitgebreide aanvullende vragenlijst in) bleek niet alleen dat er een sterke correlatie bestaat tussen het studeren van economie of bedrijfskunde en de bereidheid tot liegen, maar zelfs een causatie. Met andere woorden: het volgen een (bedrijfs)economische studie draagt er significant aan bij dat mensen zich ook in het echte leven gedragen als een op winstmaximalisatie gerichte homo economicus. In het hierboven beschreven experiment is dat eigenlijk ook niet zo vreemd: de zenders wisten dat de ontvanger hoe dan ook tien euro zou krijgen. Rationeel gezien hadden de zenders dan ook geen enkele reden om niet te liegen indien ze een blauwe cirkel op het scherm voor zich zagen.

Van rationeel naar rationalisatie
Echter, niet alles wat rationeel lijkt is het ook. Zeker in wat complexere situaties zijn mensen al snel geneigd hun innerlijke voorkeur – ook voor zichzelf – te presenteren als de rationele voorkeur. Rationaliseren noemen we dat. Economen en bedrijfskundigen hebben naast de homo economicus nog een ander concept dat hen hierbij helpt: de beruchte onzichtbare hand van de vrije markt.

Wat in het werk van Adam Smith ooit begon als niet meer dan een metafoor, is inmiddels in sommige kringen uitgegroeid tot een waar geloofsartikel: ‘de markt’ heeft altijd gelijk.

Zodoende is het niet moeilijk de absurd hoge beloningen van bestuurders te rationaliseren: hun salaris wordt immers bepaald door ‘de markt’. Dat topbestuurders in werkelijkheid veelal worden geselecteerd op basis van hun overdreven en zelfs irrationele zelfverzekerdheid wordt daarbij voor het gemak maar over het hoofd gezien.

Ook kent de vrije markt, in directe tegenspraak tot orthodoxe economische theorie, een flinke tolerantie voor inefficiëntie. Hoewel ‘overlevers’ over het algemeen steeds efficiënter worden, heeft dit op de markt als geheel nauwelijks invloed. Dankzij een oneindige hoeveelheid niet of nauwelijks voorzienbare gebeurtenissen hebben ook efficiënt geleide bedrijven gemiddeld genomen maar een beperkte levensduur.

Sommige economen zijn zelfs zodanig fanatiek gaan geloven in de daadwerkelijke realiteit van de ‘onzichtbare hand’-metafoor dat de markt als superieur substituut wordt gezien voor fatsoen. Zo beweerden twee economen in een bijdrage (pdf) aan de huispublicatie van het aartsconservatieve Cato Institute dat, als puntje bij paaltje komt, economie superieur is aan moraal. Het rücksichtslos volgen van de libertarische orthodoxie in plaats van toe te geven aan allerlei sentimenteel gedoe leidt immers, zo wordt beweerd, tot betere uitkomsten voor iedereen:

Only by coupling positive economics with a willingness to engage in moral discourse can economists use their understanding to effectively defend market arrangements, and the general benefits they provide, against moral sophistries used by politicians and their special-interest clients to justify policies to protect politically favored groups against the discipline of market competition.

De consequentie hiervan is duidelijk: willen oma, je autistische neefje of je pas afgestudeerde buurvrouw niet werken, dan zullen ze ook niet eten! Een schrijnender rationalisatie van ordinaire hebzucht en de daaruit voortvloeiende afwijzing van maatschappelijke solidariteit ben ik zelden tegengekomen. Voor (bedrijfs)economen die hun theorieboekjes te serieus namen is dit echter hét pad naar het economische paradijs. Laten we overigens niet vergeten dat ook ons aller minister-president Mark Rutte behoorlijk gecharmeerd is van dit soort nonsens.

Betekent dit alles dat we voortaan economen en bedrijfskundigen moeten gaan weren uit belangrijke functies? Jammer genoeg zal dit geen oplossing zijn. Indien het mogelijk is je morele principes (gedeeltelijk) af te leren tijdens een studie, zal dat ook kunnen gebeuren in meer praktische settings, zoals de bestuurskamer van een beursgenoteerd bedrijf. Laten we dus nog maar even wachten met het automatisch aanstellen van taalkundigen en kunsthistorici als de niet-corrumpeerbare hoeders van ons economische welzijn. Toegegeven: ergens diep van binnen vind ik dat best een beetje jammer…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s