De glazen bol van Milton Friedman

Milton Friedman (1912-2006) was de invloedrijkste econoom van de late twintigste eeuw. Zijn ideeën hadden – met name gedurende de laatste decennia – een reusachtige, wereldwijde invloed op daadwerkelijk gevoerd economisch beleid. Maar is Friedmans reputatie wel terecht?

Milton Friedmans reputatie staat als een huis. Hij won de Nobelprijs voor de Economie en was één van de voornaamste aanvoerders van de anti-keynesiaanse Chicago school of economics.

Vanzelfsprekend stond (en staat) een econoom van Friedmans statuur ook bloot aan de nodige kritiek. Heel vreemd is dat niet: Friedman bezat een heilig geloof in ‘de vrije markt’ en was, behalve economisch adviseur van Ronald Reagan, ook nog eens overtuigd libertariër en Republikein. De alarmbellen gaan dus al af.

Uiteraard is het te gemakkelijk om iemands economische ideeën af te serveren puur en alleen vanwege zijn politieke overtuigingen en associaties. Zodoende is het noodzakelijk dat we een aantal van Friedmans basale ideeën en methoden nader onder de loep nemen. Gelukkig is zijn werk (deels) zodanig toegankelijk dat je daarvoor geen econoom hoeft te zijn – laat staan een briljant econoom.

Positieve en normatieve wetenschap
Centraal in Friedmans oeuvre staat zijn essay The Methodology of Positive Economics (pdf) uit 1953. Dit essay is wel het invloedrijkste werk over economische methodologie van de twintigste eeuw genoemd.

Onder economen is dit essay berucht, maar de kans is klein dat de geïnteresseerde leek er ooit van heeft gehoord. Niettemin hebben de ideeën die hierin worden uiteengezet een reusachtige invloed gehad op het economische beleid dat de afgelopen decennia in tal van landen is gevoerd. Genoeg reden dus om enkele passages voor het voetlicht te brengen.

Friedman begint met onderscheid te maken tussen economie als een positieve wetenschap (“…a body of systematized knowledge concerning what is.”) en economie als een normatieve wetenschap (“…a body of systematized knowledge discussing criteria of what ought to be.”) Friedman is vooral geïnteresseerd in economie als positieve wetenschap. Met dat wat ought to be, dat wil zeggen: morele oordelen over bijvoorbeeld economische rechtvaardigheid houdt hij zich het liefst niet bezig. Daadwerkelijk economisch beleid dient overigens uitsluitend te worden bedacht en uitgevoerd op basis van de conclusies van ‘positieve economie’. Normatieve economie kan daaraan geen bijdrage leveren, aldus Friedman.

Dit laatste punt wordt verder uitgewerkt aan de hand van een voorbeeld over het minimumloon. Voorstanders van een hoger minimumloon loon menen dat dit de armoede vermindert. Tegenstanders daarentegen, beweren dat een hoger minimumloon tot grotere werkloosheid leidt – en dus indirect tot méér armoede in plaats van minder. De normatieve opvatting dat armoede slecht is biedt zodoende geen uitkomst bij dit dilemma. Alleen ‘positieve economie’ biedt hier een uitweg: deze tak van wetenschap kan namelijk heel precies voorspellen, zo meent Friedman, wat er daadwerkelijk zou gaan gebeuren als aan de hoogte van het minimumloon wordt gesleuteld.

Positive economics is immers – zoals de naam al zegt – een ‘positieve’ wetenschap, aldus Friedman. En daar zitten zekere consequenties aan vast:

The ultimate goal of a positive science is the development of a “theory” or, “hypothesis” that yields valid and meaningful (i.e., not truistic) predictions about phenomena not yet observed.

Hieruit volgt:

[The] performance [of positive economics] is to be judged by the precision, scope, and conformity with experience of the predictions it yields.

Kortom: Friedman beweert dat ‘positieve economie’ in potentie even succesvol is in het voorspellen van toekomstige gebeurtenissen als de natuurwetenschappen. Verder benadrukt hij dat de waarde van deze tak van wetenschap allereerst afhangt van de kwaliteit van de voorspellingen die ermee kunnen worden gedaan.

Falsificeerbaarheid
Economische theorieën of hypotheses, zo moet echter ook Friedman erkennen, zijn niet falsificeerbaar. Omdat het evident onmogelijk is omstandigheden in de reële economie naar believen te wijzigen, kan er nooit absolute zekerheid zijn omtrent de vraag of waargenomen omstandigheden in werkelijkheid niet worden veroorzaakt door een factor die geen deel uitmaakt van de ‘verklarende’ hypothese.

Friedman ziet dit zelf ook in:

Observed facts are necessarily finite in number; possible hypotheses, infinite.

Met andere woorden: zolang er niet naar believen kan worden geëxperimenteerd, is het altijd mogelijk dat een bepaalde configuratie van waargenomen feiten op een andere manier tot stand is gekomen dan de aangenomen hypothese veronderstelt.

Friedman concludeert zodoende het volgende:

The choice among alternative hypotheses equally consistent with the available evidence must to some extent be arbitrary […]

In de conclusie van zijn essay voegt hij daar het volgende aan toe:

Any theory is necessarily provisional and subject to change with the advance of knowledge.

Nu stuiten we echter op een merkwaardig probleem. Friedman had immers eerder in zijn essay beweerd dat economisch beleid niet mag worden gevoerd op basis van normatieve economie. In de praktijk leidt dit dus tot een situatie waarin morele principes dienen te worden vervangen door – zo geeft Friedman zelf toe – arbitraire en provisionele economische hypotheses.

En vanaf hier wordt het alleen nog maar erger.

Realiteit versus hypothese
Zoals hierboven al aangegeven, is het in de praktijk vrijwel uitgesloten dat experimenteel bewijs kan worden verzameld waarmee de juistheid of onjuistheid van een economische hypothese definitief kan worden aangetoond. Een econoom verplaatst de economie immers niet zo maar even naar zijn laboratorium.

Net als andere sociale wetenschappers, vangen economen dit gemis doorgaans op door behalve de ‘implicaties’ (d.w.z. de voorspelde uitkomsten) van een hypothese ook de zogenaamde ‘aannames’ te vergelijken met de realiteit. Aannames in een economische hypothese zijn bijvoorbeeld dat afnemers beschikken over volledige prijsinformatie of dat aanbieders in gelijke mate toegang hebben tot een bepaalde markt. Hoe meer de aannames van een hypothese conformeren aan de realiteit, hoe waarschijnlijker de hypothese, zo is het idee.

Friedman moet hier echter niets van hebben:

The difficulty in the social sciences of getting new evidence […] and of judging its conformity with the implications of the hypothesis makes it tempting to suppose that other, more readily available, evidence is equally relevant to the validity of the hypothesis [i.e.] – to suppose that hypotheses have not only “implications” but also “assumptions” and that the conformity of these “assumptions” to “reality” is a test of the validity of the hypothesis different from or additional to the test by implications. This widely held view is fundamentally wrong and productive of much mischief.

Friedman ‘verduidelijkt’ dit standpunt als volgt:

Truly important and significant hypotheses will be found to have “assumptions” that are wildly inaccurate descriptive representations of reality, and, in general, the more significant the theory, the more unrealistic the assumptions (in this sense). The reason is simple. A hypothesis is important if it “explains” much by little, that is, if it abstracts the common and crucial elements […] To be important, therefore, a hypothesis must be descriptively false in its assumptions […]

Bovenstaande passage is in de loop der jaren hevig bekritiseerd. Friedmans exclusieve nadruk op het voorspellende vermogen van – tot op zekere hoogte – arbitrair gekozen hypotheses (die dus heel goed alleen maar toevalstreffers kunnen zijn) en de daarbijbehorende bereidheid om evident onjuiste aannames in zijn hypotheses toe te staan leiden maar al te gemakkelijk tot volstrekt absurde resultaten. Onderstaande ‘theorie’, zo liet de econoom Bartley Madden jaren geleden al eens zien (pdf), voldoet namelijk uitstekend aan Friedmans criteria voor een succesvolle hypothese:

Consider the following theory’s superb record for prediction about when water will freeze or boil. The theory postulates that water behaves as if there were a water devil who gets angry at 32 degrees and 212 degrees Fahrenheit and alters the chemical state accordingly to ice or to steam. In a superficial sense, the water-devil theory is successful for the immediate problem at hand. But the molecular insight that water is comprised of two molecules of hydrogen and one molecule of oxygen not only led to predictive success, but also led to “better problems” (i.e., the growth of modern chemistry).

Kortom: Friedmans neiging economische theorieën allereerst te beschouwen als een soort glazen bol waarvan de onderliggende werking hem niet interesseert is, op zijn zachtst gezegd, problematisch. Het zal zodoende geen toeval zijn geweest dat zijn acolieten de financiële crisis van 2008 niet zagen aankomen en dat de oplossingen waarmee deze crisis nog enigszins binnen de perken werd gehouden recht ingingen tegen de economische orthodoxie uit Chicago. Dit alles was natuurlijk een onvermijdelijk gevolg van de door Friedman gepropageerde desinteresse in de complexiteit van de alledaagse werkelijkheid. Inmiddels hebben we met zijn allen daar al een flinke prijs voor moeten betalen.

The secret of his success
Uit het voorgaande blijkt dat weldenkende mensen al in 1953 hadden kunnen weten dat er de nodige haken en ogen zitten aan Friedmans opvattingen over de economische wetenschap. Toch groeide hij uit tot de belangrijkste en invloedrijkste econoom van de late twintigste eeuw. Hoe kan dit?

Een definitief antwoord op deze vraag zullen we nooit krijgen. Niettemin kan ik me zo voorstellen dat zijn absolute afwijzing van normative economics hem populair maakte bij de mensen die ertoe deden. Combineer dit met een methodologie die alle ruimte laat aan de fantasie en binnen no time heb je voldoende ‘wetenschappelijke’ onderbouwing om de armen in de steek te laten en de rijken hun gang te laten gaan. En daar gaat het per slot van rekening om, nietwaar?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s