Het homohuwelijk voor het Amerikaanse Hooggerechtshof

In de VS heeft alles en iedereen recht op zijn ‘day in court’. Vorige week was het homohuwelijk weer eens aan de beurt.

Afgelopen week was een belangrijk moment voor het homohuwelijk in de VS. Twee afzonderlijke zaken die momenteel worden gehoord door het Supreme Court waren beide aangeland in het stadium van de oral arguments, dat wil zeggen: het moment waarop voor- en tegenstanders in een openbare zitting dienen te reageren op de vragen en opmerkingen van de negen opperrechters. Vaak zijn die vragen indicatief voor de manier waarop de rechters uiteindelijk zullen oordelen.

Van de twee zaken die momenteel worden gehoord is de eerste een aanvechting van de Defense of Marriage Act (DOMA). Deze wet bepaalt onder meer dat federale belastingvoordelen voor gehuwden en nabestaandenwetten uitsluitend van toepassing zijn op heteroseksuele huwelijken. Zo kan het dus zijn dat mensen die in de staten Iowa of Vermont legaal zijn getrouwd met een partner van hetzelfde geslacht te maken krijgen met een flinke belastingaanslag wanneer hun echtgenoot overlijdt.

Hoewel vijf van de negen opperrechters door Republikeinse presidenten zijn benoemd, lijkt zich toch een krappe meerderheid af te tekenen die voorstander is van een herroeping van de Defense of Marriage Act. Rechter Anthony Kennedy, het minst rabiate lid van het rechtse blok, lijkt er echter de voorkeur aan te geven dit te doen met een beroep op de notie dat DOMA een voorbeeld is van overmatige federale inmenging in de aangelegenheden van de afzonderlijke staten. Indien de overige vier conservatieve rechters met deze redenering meegaan, zou wel eens een juridisch precedent kunnen worden geschapen dat bijvoorbeeld het vermogen van de federale overheid om een sociaal vangnet in stand te houden ernstig zou aantasten. Gelukkig(?) is er tenminste één conservatieve opperrechter wiens weerzin tegen het homohuwelijk zodanig diepgeworteld zit dat deze uitkomst bepaald onwaarschijnlijk lijkt.

De tweede zaak die momenteel door het Hooggrechtshof wordt gehoord draait om de grondwettelijkheid van het zogenaamde Prop 8, een Californisch burgerreferendum dat in 2008 een einde maakte aan de kortdurende legalisatie van het homohuwelijk in die staat. De uitkomst van dit referendum werd echter juridisch aangevochten met het argument dat de basale burgerrechten van een minderheid niet afhankelijk mogen zijn van de goedwillendheid van de meerderheid. Verschillende gerechtshoven bleken het al met deze redenering eens te zijn en tenzij het Supreme Court de uitspraken van deze lagere rechtbanken herroept, wordt het homohuwelijk in Californië daarom sowieso weer legaal. Overigens lijkt voor een dergelijke herroeping geen meerderheid in het Hooggerechtshof te bestaan.

Wanneer het Supreme Court de ongrondwettelijkheid van ‘Prop 8’ echter definitief en volledig zou bevestigen, dan is vrijwel onvermijdelijk dat het homohuwelijk in één klap in het gehele land legaal wordt – zelfs in de meest christelijke en conservatieve staten. Maar ook voor deze uitkomst lijkt geen meerderheid te bestaan. Zodoende is het niet ondenkbaar dat het Hooggerechtshof alsnog besluit zijn handen van deze zaak af te trekken en te elfder ure terugkomt op de eerdere beslissing deze zaak überhaupt te willen horen. En in dat geval is het homohuwelijk in ieder geval in Califonië – qua bevolkingsaantal met afstand de grootste afzonderlijke staat – weer helemaal terug.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s