Thatcher, vrijheid en paternalisme

Margaret Thatcher wordt tegenwoordig, net als Ronald Reagan en Milton Friedman, gezien als één van de praktische grondleggers van het moderne neoliberalisme. Maar hoe vrij is de neoliberale vrijheid nu eigenlijk?

Het overlijden van Margaret Thatcher maakte bij veel mensen de nodige emoties los. Daarnaast was Thatchers verscheiden een mooie gelegenheid om haar meest geruchtmakende uitspraken weer eens onder de aandacht te brengen, waaronder uiteraard de volgende:

And, you know, there is no such thing as society. There are individual men and women, and there are families.

Meestal wordt bovenstaande uitspraak opgevoerd om Thatchers vijandigheid ten opzichte van collectieve actie en verantwoordelijkheid te illustreren. Niettemin heeft Thatcher het hier behalve over individuen ook nadrukkelijk over gezinnen. En in die woorden weerklinkt – al dan niet bewust – de bewering van neoliberaal icoon Milton Friedman in zijn boek Capitalism and Freedom dat…

[t]he ultimate operative unit in our society is the family, not the individual.

Deze overeenkomst is niet toevallig. Bovendien verklaart het in bovenstaande uitspraken uitgedrukte sentiment waarom sommige voorvechters van ‘de vrijheid’, waaronder zelfverklaarde liberalen, neoliberalen en libertariërs, in de praktijk niet zelden onvervalste conservatieven zijn met een grote, diepgevoelde voorkeur voor autoritarisme en paternalisme.

Ieder gezin dat bestaat uit ouders plus kinderen is immers per definitie een hiërarchisch instituut. En nog niet eens zo heel lang geleden hoefden er niet eens kinderen te zijn om een gezin hiërarchisch te laten zijn: de man was namelijk als vanzelfsprekend ‘het hoofd’.

Daarnaast maken met name libertariërs graag onderscheid tussen positieve en negatieve vrijheid, dat wil zeggen: tussen de vrijheid om een verlangen te kunnen realiseren en de vrijheid om niet actief door een andere partij te worden belemmerd in het vervullen van een verlangen. Alleen die laatste, ‘negatieve’ vrijheid wordt écht van belang geacht: ‘Gelijke kansen, ongelijke uitkomsten,’ zeg maar.

Wanneer echter dergelijke ‘negatieve vrijheid’ wordt losgelaten op een situatie waarin individuen in een hiërarchische situatie tot elkaar verkeren, zoals een gezin of een arbeidsrelatie, blijft er van daadwerkelijke vrijheid voor het kind of de werknemer natuurlijk weinig over. Kinderen, net als werknemers (ZZP’ers niet uitgezonderd), worden in de dagelijkse praktijk namelijk wel degelijk belemmerd in het vervullen van hun verlangens. En hoewel zowel libertariërs als liberalen graag zullen wijzen op de ‘vrijheid’ om ontslag te nemen, is het onmiskenbaar dat hun argument rust op een volstrekt kunstmatig vrijheidsbegrip.

Met andere woorden, (neo)liberalen en libertariërs streven dus niet naar zoveel mogelijk individuele vrijheid, maar naar een maximale vrijheid voor de ‘waardigen’: patres familias, eigenaren en ‘producenten’. De rest kan het, praktisch gesproken, schudden.

Een extreme vorm van dit sentiment komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de geschriften van Murray N. Rothbard, ‘een centraal figuur in de Amerikaanse libertarische beweging’, die meende dat ouders het volste recht hebben hun kinderen als slaven te verkopen (op de ‘free baby market’). De negatieve ‘vrijheid’ van de betreffende kinderen, zo vond hij, wordt daarbij immers niet wezenlijk aangetast.

Maar ook minder extreme figuren uit het liberale pantheon hielden er de mening op na dat de waardigen macht mogen uitoefenen (eventueel via de staat) over de minderwaardigen. Milton Friedman drukt het als volgt uit:

Freedom is a tenable objective only for responsible individuals. We do not believe in freedom for madmen or children. The necessity of drawing a line between responsible individuals and others is inescapable, yet it means that there is an essential ambiguity in our ultimate objective of freedom. Paternalism is inescapable for those whom we designate as not responsible.

Maar wie beschouwen we als ‘verantwoordelijk’? Kinderen en geestelijk gestoorden vanzelfsprekend niet. Maar datzelfde gold eeuwenlang voor vrouwen. En volgens veel libertarische tea partiers kun je vrouwen nog steeds niet op hun woord geloven als het bijvoorbeeld op zaken als verkrachting aankomt.

Ook zwarte Amerikanen met hun schier onverbeterlijke culture of poverty kunnen natuurlijk nauwelijks als verantwoordelijke burgers worden aangemerkt. En hoe zit het met Marokkanen in Nederland? Hebben zij eigenlijk niet de straffe hand van een streng corrigerende overheid nodig?

Kortom: zolang er redenen kunnen worden gevonden om een bepaalde groep op basis van inkomen, geslacht of cultuur als ‘onverantwoordelijk’ aan te merken, gaan liberalisme en paternalisme prima samen.

Zodoende zal het nauwelijks toeval zijn dat het gros van de libertariërs – nominaal de meest vrijheidslievende figuren in onze samenleving – bestaat uit (blanke) mannen. Ook tegenwoordig heeft juist deze categorie nog steeds de meeste reden zichzelf als (potentiële) patres familias, eigenaren en, meer algemeen, als een natuurlijke elite te beschouwen. Paternalisme zal dus geen inperking van hún vrijheid opleveren.

Al met al is het niet onredelijk te veronderstellen dat veel varianten van het liberalisme worden gedomineerd door het sentiment ‘Freedom for me, but not for thee.’ En daarover althans, waren Thatcher, Friedman en de adepten van Ayn Rand het altijd al roerend eens.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s