Edmund Burke en het hedendaagse conservatisme

Overtuigde conservatieven kennen weinig grotere helden dan Edmund Burke. Maar in hoeverre zijn de ideeën van deze achttiende-eeuwse denker nog relevant?

De Anglo-Ierse politicus en schrijver Edmund Burke (1730-1797) wordt algemeen gezien als een van de grondleggers van het moderne conservatisme. Het is dan ook geen toeval dat in december 2000 enkele Nederlandse conservatieven de Edmund Burke Stichting oprichtten, met als doel ‘in de Nederlandse samenleving het goede te behouden, en te herstellen wat er aan goeds verloren is gegaan’.

Burke’s invloedrijkste geschrift is zijn Reflections on the Revolution in France (1790), een felle aanklacht tegen de Franse Revolutie en al haar uitwassen (alhoewel ten tijde van publicatie de echte terreur nog een aantal jaren op zich zou laten wachten).

Tegen democratie en mensenrechten
Wat echter in veel gevallen onvermeld blijft, is dat Burke niet alleen hevig ageert tegen de methoden van de Franse Revolutie, maar ook tegen de idealen ervan. Zo moet Burke niets hebben van de Revolutionaire eisen dat een volk zijn eigen regering moet kunnen kiezen, dat een regering bij wangedrag of disfunctioneren mag worden ontslagen, en dat een volk zeggenschap heeft over de regerinsgvorm waaraan het onderworpen zal zijn. Ook het concept ‘mensenrechten’ is hem een gruwel:

They have “the rights of men.” Against these there can be no prescription; against these no argument is binding: these admit no temperament and no compromise […] Against these their rights of men let no government look for security in the length of its continuance, or in the justice and lenity of its administration. […]

I have nothing to say to the clumsy subtilty of their political metaphysics. Let them be their amusement in the schools.

Nu is Burke’s afkeer van het nieuwe, althans in de context van zijn tijd, natuurlijk best te begrijpen. Zeker als je ervan uitgaat (zoals Burke deed) dat de minder frisse methoden van de Revolutie onlosmakelijk zijn verbonden met de idealen ervan. Burke’s opvatting dat van democratie niets goeds kan komen, valt dan te billijken. Maar inmiddels weten we toch echt beter. Zodoende is het tamelijk bizar dat nog geen dertien jaar geleden Burke kon worden gezien als een denker die relevant is voor het Nederland van nu.

Vóór monarchie, adel en Kerk
Burke is niet alleen tegen de Franse Revolutie, maar zet ook pagina na pagina uiteen hoe een goed geordende samenleving eruit hoort te zien. Allereerst behoort de uitvoerende macht volledig toe te vallen aan een erfelijke monarch. Daarnaast is de adel onontbeerlijk voor een fatsoenlijk landsbestuur. Politieke zeggenschap voor de lagere klassen is immers volstrekt tegennatuurlijk. Onderdrukking zal het onvermijdelijke gevolg zijn:

The occupation of a hair-dresser, or of a working tallow-chandler, cannot be a matter of honor to any person,—to say nothing of a number of other more servile employments. […] the state suffers oppression, if such as they, either individually or collectively, are permitted to rule. In this you think you are combating prejudice, but you are at war with Nature.

Burke voegt hieraan toe dat de hele Europese beschaving is gebouwd op de gezamenlijke inspanningen van adel en geestelijkheid. Het feit dat de Revolutionaire Assemblée nationale voornamelijk bestond uit ‘plattelandsadvocaten’ van middelmatige komaf was voor Burke dan ook al genoeg aanleiding om te concluderen dat het met die hele Revolutie niets kon worden.

Ook de atheïstische tendensen van de Revolutie zijn Burke een doorn in het oog. Een toestand waarbij de Kerk ‘essentieel is voor de staat’ en al het onderwijs door geestelijken wordt gegeven, ziet Burke als ideaal.

God en Natuur
Burke is duidelijk anti-intellectualistisch. Hij geeft graag af op de zogenaamde ‘political men of letters’ (de linkse elite van zijn tijd, zeg maar) en hun onverantwoorde nieuwlichterijen. Intellectuelen vervullen overigens geen enkele legitieme behoefte. God en Natuur voldoen als geestelijke leidraad. Simpelweg volgen ‘wat de natuur ons leert’, is superieur aan welke menselijke wijsheid dan ook.

Zo is het ‘natuurlijk’ (en dus goed) om de nakomelingen van illustere voorvaderen met eerbied te bejegenen, aldus Burke. Dat hij middels het etiket ‘natuurlijk’ een achterliggende menselijke machtsstructuur, gericht op handhaven van de status quo, onzichtbaar maakt, ontgaat hem blijkbaar.

Het bovenstaande is overigens vrij typerend voor Burke’s soms schrijnende kortzichtigheid. Een ander voorbeeld:

We [the English] know that we have made no discoveries, and we think that no discoveries are to be made, in morality,—nor many in the great principles of government, nor in the ideas of liberty, which were understood long before we were born […]

Minder profetische woorden zullen in 1790 zelden gesproken zijn.

De balans
Hebben we tegenwoordig nog iets aan Burke’s inzichten? In een enkele passage voorzag hij Napoleon (‘… some popular general, who understands the art of conciliating the soldiery, and who possesses the true spirit of command…’) die tenslotte een einde zou maken aan de democratische principes van de Revolutie. Maar zo’n beetje iedereen die vertrouwd is met de gebeurtenissen gedurende de nadagen van de Romeinse Republiek had een dergelijke voorspelling kunnen doen.

Voor de rest bevat Burke’s Reflections on the Revolution in France – naast enkele typische reactionaire stokpaardjes (anti-intellectualisme, afkeer van papiergeld, afkeer van overheidsschulden, etc.) – vooral een hartstochtelijk pleidooi voor de Britse status quo in de late achttiende eeuw, inclusief de onzalige drieëenheid monarchie, adel en Kerk.

Om daar in de eenentwintigste eeuw nog mee aan te komen zetten, getuigt toch wel van een uiterst diepe intellectuele armoede. Waarschijnlijk de enige reden dat Burke door sommigen nog als relevant wordt gezien, is dat hij ageerde tegen de ‘linkse’ Franse Revolutie. Blijkbaar was dat genoeg om een diepzinnigheid en actualiteit aan Burke’s gedachtengoed te verbinden die het simpelweg niet heeft, zoals iedereen die bereid is een paar honderd pagina’s vroegmodern Engels proza door te werken gemakkelijk zelf kan vaststellen.

Misschien is het dan ook geen toeval dat de Edmund Burke Stichting in plaats van de volledige tekst enkel een bloemlezing van Burke’s Reflections on the Revolution in France uitbracht. Gezien de politieke ambities van de Edmund Burke Stichting (‘het enige geloofwaardige alternatief [zijn] als de ultieme provocatie of een crisis het systeem doet imploderen’), zou een pleidooi voor een christelijke natie, waar de gewone man weinig tot niets heeft in te brengen, wel eens net iets te veel ten koste van de broodnodige populariteit kunnen gaan.

Inmiddels benieuwd wie er achter de Edmund Burke Stichting zitten? Het bestuur bestaat op dit moment onder meer uit Bart Jan Spruyt, voormalig adviseur van Geert Wilders en tegenwoordig columnist voor Elsevier en Diederik Boomsma, duoraadslid voor het CDA in Amsterdam. Zie hier dus enkele voorhoedestrijders tegen de jaren zestig, tegen gelijke kansen (pdf) en, natuurlijk, vóór de Heer.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s