Homeopathie

Deze column maakte onlangs flink wat discussie los onder de lezers van Sargasso. Waarom promoot de Gemeente Amsterdam, zo vroeg Karin Spaink zich af, een geneeswijze die – zo is keer op keer aangetoond – enkel als kwakzalverij kan worden gekarakteriseerd?

Een andere, minstens zo interessante vraag is waarom, als homeopathie inderdaad niet werkt, de economische vraag naar homeopathische behandelwijzen blijft bestaan. Voor een antwoord hierop kunnen we terecht bij deze paper (pdf) van Werner Troesken.

Patentgeneesmiddelen
Troesken onderzocht de dramatische groei van de Amerikaanse markt voor zogenaamde patent medicines (wondermiddeltjes, zeg maar) tussen 1810 en 1939. Terwijl het reële BNP in deze periode met een factor vijf toenam, besteedden Amerikanen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog per hoofd van de bevolking maar liefst 114 keer zo veel aan dergelijke middeltjes dan aan het begin van de negentiende eeuw. En dat terwijl geen enkel patentgeneesmiddel de beloofde werking had.

Sommige verklaringen voor het succes van patent medicines liggen voor de hand. Een groot aantal middelen bevatte alcohol, morfine of cocaïne. Dus ook al werkten de middelen niet als geneesmiddel, gebruikers gingen zich er wel degelijk iets beter door voelen. Bovendien spendeerden met name de grotere fabrikanten van patentgeneesmiddelen aanzienlijke bedragen aan reclame en promotie. Veel moderne advertentie- en verkooptechnieken zijn oorspronkelijk ontwikkeld door fabrikanten van patent medicines.

Een veel belangrijkere verklaring voor het succes van patentgeneesmiddelen is echter dat mensen nu eenmaal soms spontaan beter worden. En aangezien de meeste mensen in het dagelijkse leven niet volledig rationeel zijn, dat wil zeggen: beslissingen nemen op basis van anekdotes in plaats van algemene principes of een doorwrochte analyse van waarschijnlijkheden, kunnen zelfs de onwaarschijnlijkste kwakzalversmiddeltjes effectief lijken.

Een andere belangrijke factor is dat patentgeneesmiddelen, net als homeopathische middeltjes, een hoog rendement beloven tegenover een – naar verhouding – minieme financiële investering. Weinig dingen zijn immers belangrijker dan een goede gezondheid. Zodoende zijn patiënten al snel bereid een gokje te wagen met een nieuw geneesmiddel, ook wanneer vorige pogingen weinig tot niets hebben opgeleverd.

Dit mechanisme wordt tenslotte nog versterkt door de enorme diversificatie van zowel patentgeneesmiddelen als homeopathische middeltjes. Indien product A weinig effect heeft, zijn daar altijd nog producten B, C, D, etc. En iedere keer opnieuw staat de patiënt voor de keuze om tegen een geringe investering kans te maken op een bijzonder groot rendement. Net als ooit het geval was met patentgeneesmiddelen, heeft dus ook homeopathie wel iets weg van een loterij met reusachtige prijzen die nooit zal uitbetalen. En juist omdat de loterij nooit uitbetaalt, blijven hoopvolle patiënten almaar nieuwe loten kopen. In de woorden van Troesken:

In short, patent medicines flourished not despite their dubious medicinal qualities, but because of them.

De noodzaak van overheidsregulering
Met deze conclusie illustreert Troesken opnieuw dat de homo economicus een mythe is. De consument van patentgeneesmiddelen (of homeopathische middeltjes) zal in de praktijk immers weinig tot geen nut van zijn financiële investering ondervinden. Ook laat Troesken hiermee indirect zien dat het in de alledaagse praktijk flink tegenvalt met zowel consumentenmacht als ‘de tucht van de markt’.

Uiteindelijk kwam er een einde aan de bloeiende Amerikaanse markt in patentgeneesmiddelen door een steeds aggresiever optreden van de Food and Drug Administration. Weinig verrassend breekt Troesken een lans voor deze toezichthouder, die in bepaalde economische literatuur nog wel eens wordt afgeschilderd als brenger van inefficiëntie in het paradijs van de vrije markt:

An older literature maintains that Pure Food and Drug Act (which created the FDA) was the product of rent-seeking and special interest politics […] More recent economic research, however, suggests that the creation of the FDA and other efforts to regulate commercial speech, enhanced consumer welfare […].

Goh, wie had dat nou kunnen bedenken?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s