Vooruitgang

Net terug van een paar dagen Rome (niet voor het eerst). Druk programma. Veel gezien (zoals gewoonlijk).

Toevallig begonnen bij een museum over de Etrusken. Vol met sarcofagen, grafgiften en gerestaureerde tombes.

Dan natuurlijk de Romeinen. Voorafgaand aan de keizertijd, zag het hiernamaals in hun beleving er weinig florissant uit: grijs, grauw, een plaats vol schimmen. Onsterfelijkheid werd nagestreefd – met name door de grote mannen – door te worden herinnerd. Het gevolg? Grootse grafmonumenten en natuurgetrouw gebeeldhouwde bustes voor het nageslacht.

Daarna het Colosseum: de hogere klassen konden zo’n tweeënhalve meter boven de arena zien hoe dieren (’s ochtends), veroordeelde misdadigers (als lunchintermezzo) en gladiatoren (’s middags) massaal werden afgeslacht. Het klootjesvolk zat verder van de actie vandaan, maar genoot met volle teugen mee.

De Romeinen waren geobsedeerd door de dood.

Volgende stop: het Vaticaans Museum. Afgezien van zijn uitgebreide collectie Etruskische en Romeinse overblijfselen, bezit het museum een kleine, maar bepaald niet onaardige collectie Egyptische voorwerpen, gedomineerd door… sarcofagen, grafgiften en mummies.

Aansluitend de Sint Pieter. Een – zowel qua afmetingen als esthetiek – monsterlijk monument gewijd aan de dood. Of, voor de gelovigen onder ons, de christelijke overwinning op de dood.

Verder nog de catacomben, kilometers uitgehakte gangen waar de vroege christenen hun doden begroeven. Talloze kerken vol met heiligenrelieken: schedels, botten en tanden van mensen die zo standvastig de dood ingingen dat ze een streepje voor hebben bij God. En in iedere kerk vind je natuurlijk het beeld van een gekruisigde, stervende Jezus.

En dan, na het aanschouwen van deze millennialange, veelvormige obsessie met de dood, dringt het – eigenlijk pas voor het eerst! – door wat de kille statistieken betekenen die zeggen dat Romeinse ouders rond het begin van onze jaartelling konden verwachten dat de helft, of misschien zelfs maar een derde van hun kinderen de volwassenheid zou bereiken.

Dat zijn een hoop kinderlijkjes die je moet begraven (of cremeren, zoals toen de gewoonte was).

In de eeuwen daarvoor was in principe iedere mannelijke Romeinse burger soldaat. En reken maar dat er werd gevochten. Niet op afstand, maar schild aan schild en lijf aan lijf, met de stinkende adem van je tegenstander in je gezicht en (als je geluk had) zijn en niet jouw bloed en ingewanden die langs je benen omlaag vielen.

In volgende eeuwen nam de kindersterfte niet af en bleef geweld zo’n beetje iedere samenleving domineren. Zodoende is het niet vreemd dat we door de geschiedenis heen massaal aanhangers van bizarre doodsculten zijn geweest.

We hebben het in feite aan de behoorlijk recente verschijnselen van strak georganiseerde natiestaten, schoon water en penicilline te danken dat alomtegenwoordig geweld en massale sterfte voornamelijk iets van vroeger zijn.

Degenen die de menselijke geschiedenis zien als een eindeloze cirkelbewering, die beweren dat de geschiedenis zich altijd herhaalt, weten niet waar ze het over hebben.

Vooruitgang bestaat echt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s